Files
slp-modular-cms/aidlc-docs/features/slp-modular-cms-api/inception/requirements/requirement-verification-questions.md
T

4.1 KiB

Requirements Verificatie Vragen — SlpModularCms.Api

Beantwoord elke vraag door de letter van jouw keuze in te vullen na de [Answer]: tag. Kies de laatste optie (X/Other) als geen van de opties past, en beschrijf je voorkeur.


Vraag 1: MVP Scope — Authenticatie methode

Welke authenticatiemethode moet het raamwerk ondersteunen voor de MVP?

A) JWT Bearer tokens (stateless, geschikt voor API's) B) ASP.NET Core Identity met cookies (stateful, geschikt voor web apps) C) Beide: JWT én cookie-authenticatie D) OAuth2 / OpenID Connect (externe identity provider zoals Azure AD, Google) X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 2: Gebruikersbeheer — Rollen en rechten

Welk autorisatiemodel moet worden gebruikt voor gebruikersbeheer?

A) Eenvoudige rollen (bijv. Admin, User, Guest) B) Claims-based autorisatie (flexibele claims per gebruiker) C) Role-based + Claims-based gecombineerd D) Policy-based autorisatie (complexe regels via policies) X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 3: Database technologie

Welke database technologie moet worden gebruikt?

A) SQL Server (Microsoft, goed geïntegreerd met .NET) B) PostgreSQL (open-source, krachtig) C) SQLite (lichtgewicht, goed voor development/kleine projecten) D) MySQL / MariaDB X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 4: ORM / Data Access

Welke data access strategie moet worden gebruikt?

A) Entity Framework Core (code-first, migrations) B) Dapper (lichtgewicht micro-ORM, SQL-first) C) Entity Framework Core + Dapper gecombineerd X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 5: Module architectuur

Hoe moeten modules worden geïmplementeerd in de API?

A) Als aparte class libraries (.csproj) die worden gerefereerd in het hoofdproject B) Als feature folders binnen één project (verticale slice architectuur) C) Als aparte microservices / API's D) Als NuGet packages die dynamisch worden geladen X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 6: "Master"-API beschikbaarheidscontrole (MVP scope)

De README beschrijft een "master"-API voor beschikbaarheids/toegangscontrole. Wat moet er in de MVP worden opgenomen?

A) Alleen een placeholder / stub — de echte implementatie komt later B) Een eenvoudige lokale configuratie-check (bijv. een beschikbaarheidssleutel in appsettings) C) Een volledige basis-implementatie van de master-API connectie X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 7: API stijl

Welke API stijl moet worden gebruikt?

A) REST (standaard HTTP endpoints) B) REST + minimale API's (ASP.NET Core Minimal APIs) C) GraphQL D) gRPC X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 8: Multi-tenancy

Moeten meerdere klanten (tenants) in dezelfde instantie kunnen draaien?

A) Ja — multi-tenant vanaf het begin (één instantie, meerdere klanten) B) Nee — één instantie per klant (single-tenant) C) Nog niet besloten, maar architectuur moet het later mogelijk maken X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 9: Deployment omgeving

Waar wordt de API gedeployed?

A) Azure (App Service, Container Apps, etc.) B) On-premises / eigen server C) Docker containers (cloud-agnostisch) D) Nog niet bepaald X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 10: Security extensie

Moeten security-baseline regels worden afgedwongen voor dit project?

A) Ja — dwing alle SECURITY regels af als harde constraints (aanbevolen voor productie-applicaties) B) Nee — sla alle SECURITY regels over (geschikt voor PoC's, prototypes en experimentele projecten) X) Andere (beschrijf na Answer: tag)


Vraag 11: Property-Based Testing extensie

Moeten property-based testing (PBT) regels worden afgedwongen voor dit project?

A) Ja — dwing alle PBT regels af als harde constraints (aanbevolen voor projecten met business logic, datatransformaties of stateful componenten) B) Gedeeltelijk — dwing PBT regels alleen af voor pure functies en serialisatie round-trips C) Nee — sla alle PBT regels over (geschikt voor eenvoudige CRUD applicaties) X) Andere (beschrijf na Answer: tag)