Continuous Integration / config (pull_request) Successful in 10s
Continuous Integration / prepare (pull_request) Successful in 1m18s
Continuous Integration / build (pull_request) Successful in 1m55s
Continuous Integration / test (pull_request) Successful in 1m50s
Continuous Integration / deploy-test (pull_request) Skipped
Vervangt het hardcoded testpad in continuous_integration.yaml door de Gitea repository variable DEPLOY_PATH_TEST, zodat het uploadpad aan te passen is zonder de workflow zelf te wijzigen. Documentatie bijgewerkt met de vereiste eenmalige Gitea-variable-setup. Co-Authored-By: Claude Sonnet 5 <noreply@anthropic.com>
44 lines
6.0 KiB
Markdown
44 lines
6.0 KiB
Markdown
# Deployment Plan
|
|
|
|
## Chosen Method
|
|
**Gitea Actions**, opgesplitst in twee workflow-bestanden:
|
|
- `.gitea/workflows/continuous_integration.yaml` — draait de build/test/lint-gate, automatisch bij elke pull request (ongeacht branch) en bij elke push/merge naar `master`, of handmatig via `workflow_dispatch`. De `deploy-test`-job zelf blijft daarnaast ook beperkt tot `master`/`workflow_dispatch` via een eigen `if`-check.
|
|
- `.gitea/workflows/deploy.yaml` — een herbruikbare (`workflow_call`) job die de `dist/` build via SCP (over SSH) uploadt naar de webroot van een omgeving.
|
|
|
|
Sinds deze stap is er een echte, geautomatiseerde upload naar een **testomgeving**: een Raspberry Pi die de statische site serveert via nginx, achter een tweede Raspberry Pi die als nginx reverse proxy fungeert.
|
|
|
|
## How It Works
|
|
1. Bij elke pull request draait automatisch de build/test/lint-gate (`prepare` → `build` → `test`), zodat merge requests direct gevalideerd worden.
|
|
2. Zodra een pull request naar `master` gemerged wordt (of de workflow handmatig via `workflow_dispatch` gestart wordt), draait aanvullend de `deploy-test` job.
|
|
3. `deploy-test` roept de herbruikbare `deploy.yaml` workflow aan met `artifact_name`/`environment`/`deploy_path`, en geeft via `secrets: inherit` de Pi-inloggegevens door. Deze drie waarden (samen met de artifact-naam/pad die de `build`-job gebruikt) staan als variabelen in het `env:`-blok bovenaan `continuous_integration.yaml` (`ARTIFACT_NAME`, `ARTIFACT_PATH`, `DEPLOY_ENVIRONMENT`, `DEPLOY_PATH`), en worden via een kleine `config`-job als job-outputs doorgegeven aan `deploy-test` (nodig omdat de `env`-context zelf niet werkt in de `with:`-sectie van een reusable-workflow-aanroep). `DEPLOY_PATH` zelf is geen hardcoded waarde meer, maar wordt gelezen uit de Gitea repository variable `DEPLOY_PATH_TEST` (`Repository → Settings → Actions → Variables`), zodat het uploadpad aangepast kan worden zonder de workflow te wijzigen — zie `deployment-instructions.md`.
|
|
4. `deploy.yaml` downloadt de artifact en uploadt de inhoud via een `scp`-commando (met `sshpass` voor het wachtwoord) in een gewone shell-stap naar de webserver-Pi op het interne netwerk (`192.168.1.103`, poort `2224`). Dit vervangt de eerdere `appleboy/scp-action` (Docker-container-action), die faalde op de zelf-gehoste Podman-runner (`failed to attach to container: unable to upgrade to tcp, received 409`).
|
|
5. nginx op de webserver-Pi serveert de bestanden vanaf `/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware`; de reverse-proxy-Pi stuurt binnenkomend verkeer door naar deze webserver-Pi. Voorbeeldconfiguraties staan in `operations/deployment/nginx/` en zijn de daadwerkelijk in gebruik zijnde configuraties (niet langer illustratieve concepten).
|
|
6. De reverse-proxy-Pi is ook verantwoordelijk voor SSL: certificaten worden net als voorheen aangevraagd via certbot (Let's Encrypt) en HTTP-verkeer wordt doorverwezen naar HTTPS.
|
|
|
|
## Environments
|
|
- **Test** (nieuw, geautomatiseerd): zoals hierboven beschreven — de enige omgeving die op dit moment daadwerkelijk automatisch gedeployed wordt. Domeinnaam: `test.slpsoftware.nl` (SSL via certbot op de reverse-proxy-Pi).
|
|
- **Productie**: nog niet geautomatiseerd. Zodra de definitieve productiehosting bekend is, kan een vergelijkbare `deploy-production`-job worden toegevoegd die `deploy.yaml` aanroept met `environment: production` en de productie-secrets/pad. Domeinnaam ligt al vast: `slpsoftware.nl` (SSL eveneens via certbot). Er is (nog) geen productie-nginx-voorbeeldconfiguratie; deze is op verzoek verwijderd totdat er een goed-werkende, foutloze versie is, en kan later opnieuw opgebouwd worden naar analogie van de testomgeving-configuraties.
|
|
|
|
## Automation Level
|
|
Volledig geautomatiseerd voor de testomgeving: build, test, lint én upload naar de test-Pi gebeuren zonder handmatige tussenstap, zodra er gemerged wordt naar `master` (of handmatig getriggerd wordt). Alleen productie is nog niet geautomatiseerd.
|
|
|
|
## Rollback Strategy
|
|
Zie `rollback-plan.md` — voor de testomgeving kan een eerdere commit/branch opnieuw gebouwd en geüpload worden door de workflow opnieuw te triggeren.
|
|
|
|
## Secrets & Configuration
|
|
Voor de testomgeving zijn de volgende Gitea Actions Secrets (repository-niveau) vereist:
|
|
- `PI_MAIN_HOST` — `192.168.1.103` (intern IP van de webserver-Pi)
|
|
- `PI_MAIN_PORT` — `2224`
|
|
- `PI_MAIN_USERNAME` — `webadmin`
|
|
- `PI_MAIN_PASSWORD` — het SSH-wachtwoord van deze gebruiker
|
|
|
|
Deze secrets heten bewust `PI_MAIN_*` in plaats van `PI_TEST_*`: alle webhosts gebruiken op dit moment dezelfde inloggegevens (dezelfde Pi), dus de naam is niet omgeving-specifiek. Mocht dat in de toekomst veranderen, dan worden alsnog omgeving-specifieke secrets geïntroduceerd.
|
|
|
|
Dit is bewust wachtwoord-authenticatie (voor nu, zoals gekozen), zodat de testomgeving snel werkend is. Zie "Future Work" in `deployment-instructions.md` voor de overstap naar SSH-key-authenticatie.
|
|
|
|
## Open Item — Productie-deploy Nog Niet Geautomatiseerd
|
|
Zodra de definitieve productiehosting bekend is (en of dit dezelfde soort Raspberry Pi-opstelling is, of een externe hostingpartij), voeg een `deploy-production`-job toe aan `continuous_integration.yaml` die `deploy.yaml` aanroept met `environment: production`. Zolang het dezelfde webhost (Pi Main) blijft, kunnen de bestaande `PI_MAIN_*` secrets hergebruikt worden; pas dit pas aan naar omgeving-specifieke secrets als productie daadwerkelijk op een andere host komt. Voor het uploadpad hoort een eigen Gitea variable (`DEPLOY_PATH_PRODUCTION`), analoog aan `DEPLOY_PATH_TEST` — zie `deployment-instructions.md`. Domeinnaam (`slpsoftware.nl`) en SSL-aanpak (certbot/Let's Encrypt op de reverse-proxy-Pi) liggen al vast; er is bewust (nog) geen productie-nginx-voorbeeldconfiguratie, deze wordt later opnieuw opgebouwd zodra er een goed-werkende, foutloze versie is.
|
|
|
|
## Verified Build Prerequisite
|
|
Dit plan bouwt voort op de Build and Test-stage (`construction/build-and-test/build-and-test-summary.md`): `pnpm run build` produceert een statische `dist/`-bundel zonder server-side vereisten, geschikt om direct door nginx geserveerd te worden.
|