# Umami Self-Hosted Setup (Analytics) Stapsgewijze handleiding om Umami (self-hosted website-analytics) op te zetten op de webserver-Pi (Pi Main, `192.168.1.103`) met Podman, en bereikbaar te maken via `analytics.slpsoftware.nl`. Dit vult het "Analytics/uptime dashboard" open item uit `operations/production-readiness-checklist.md` in voor het analytics-gedeelte. Umami draait onder een **eigen dedicated Linux-user** (`umami`) in plaats van onder het bestaande hoofdaccount, zodat elke self-hosted service (nu en in de toekomst) netjes geïsoleerd blijft — zie "Waarom een dedicated user" hieronder. Dit patroon kan hergebruikt worden voor volgende self-hosted diensten op dezelfde Pi('s). ## Vereisten - Podman is al aanwezig op de Pi (bevestigd door de gebruiker) — systeembreed geïnstalleerd, dus beschikbaar voor elke user, ook een nieuw aangemaakte. - `podman-compose` geïnstalleerd voor de `umami`-user: `pip3 install --user podman-compose` (of via de package manager van je distro, indien beschikbaar) — zie stap 0 hieronder. - DNS: een A-record voor `analytics.slpsoftware.nl` dat naar het publieke IP van de reverse-proxy-Pi wijst (dezelfde Pi die ook `test.slpsoftware.nl` afhandelt). ## Waarom een dedicated user Podman zelf hoeft niet per user geïnstalleerd te worden (het is een systeembreed pakket), maar rootless Podman-containers erven wél de rechten van de user die ze start. Door Umami onder een eigen `umami`-user te draaien in plaats van je eigen hoofdaccount: - kan een kwetsbaarheid in de Umami-container (zelfs bij een container-escape binnen de rootless-namespace) geen bestanden van je persoonlijke account lezen/schrijven; - houd je containerstorage, systemd user-services en logs van verschillende self-hosted diensten netjes gescheiden per user, ook als je Pi qua rekenkracht beperkt is; - kun je dit patroon straks 1-op-1 hergebruiken voor een volgende self-hosted dienst (bv. een eigen `uptime`-user, `git`-user, etc.), zonder dat diensten elkaars bestanden kunnen benaderen. ## 0. Dedicated `umami`-user aanmaken (op de webserver-Pi) 1. Maak de user aan (zonder wachtwoord-login is prima, we loggen in via `sudo -iu umami` of `su - umami`): ```bash sudo useradd --create-home --shell /bin/bash umami sudo passwd -l umami # login met wachtwoord blokkeren, sudo -iu blijft werken ``` 2. Controleer dat er een subuid/subgid-range is toegewezen (nodig voor rootless Podman). Op de meeste moderne distributies (incl. Raspberry Pi OS) gebeurt dit automatisch bij `useradd`: ```bash grep umami /etc/subuid /etc/subgid ``` Zie je geen output, voeg dan handmatig een range toe (pas de startwaarde aan als die al in gebruik is door een andere user): ```bash sudo usermod --add-subuids 200000-265535 --add-subgids 200000-265535 umami ``` 3. Zorg dat de `umami`-sessie blijft "linger-en", zodat rootless Podman-services ook actief blijven zonder dat de user is ingelogd (nodig voor stap 2 hieronder): ```bash sudo loginctl enable-linger umami ``` 4. Log in als de nieuwe user om de rest van de setup uit te voeren: ```bash sudo -iu umami ``` ## 1. Umami + database opzetten (als de `umami`-user, op de webserver-Pi) 0. Installeer `podman-compose` voor deze user, indien nog niet systeembreed aanwezig: ```bash pip3 install --user podman-compose ``` 1. Maak een map aan, bv. `~/umami/` (dit is nu `/home/umami/umami/`), en kopieer daarin: - `operations/deployment/umami/podman-compose.yml.example` → `~/umami/podman-compose.yml` - `operations/deployment/umami/.env.example` → `~/umami/.env` 2. Vul in `~/umami/.env` een echte `POSTGRES_PASSWORD` en `APP_SECRET` in (bv. via `openssl rand -base64 32` voor beide — gebruik twee verschillende waarden). 3. Start de containers: ```bash cd ~/umami podman-compose up -d ``` 4. Controleer dat Umami draait en bereikbaar is op het interne netwerk. Let op: de **externe** poort is `3001`, niet het gebruikelijke `3000` — die poort is op deze Pi al in gebruik door Gitea (`bind: address already in use` bij het opstarten van de container als je toch `3000` gebruikt): ```bash curl http://192.168.1.103:3001/api/heartbeat ``` Dit zou een JSON-antwoord met `"ok"` moeten teruggeven. > **Let op — na een wijziging aan `podman-compose.yml`/`.env` (bv. een andere poort):** > `podman-compose up -d` update alléén containers waarvan de configuratie is gewijzigd, > maar een poortmapping (`ports:`) wordt door Podman **niet** live herladen op een > bestaande, al aangemaakte container. Heb je `podman-compose up -d` al eerder gedraaid > met een oude versie van `podman-compose.yml` (bv. met poort `3000` in plaats van > `3001`), werk dan eerst je lokale `~/umami/podman-compose.yml` bij met de nieuwste > versie uit dit repository, en draai daarna: > ```bash > cd ~/umami > podman-compose down > podman-compose up -d > ``` > `podman-compose down` verwijdert de containers (niet de database-data, die staat in > een persistent volume) en `up -d` maakt ze opnieuw aan met de bijgewerkte poort/config. > Dit is enkel nodig als de container al bestond met de oude configuratie; bij een > eerste, nieuwe `up -d` (of als de vorige poging überhaupt nooit is gestart doordat > Podman de poort niet kon claimen) is dit niet nodig. ## 2. Automatisch starten na reboot (systemd user service) Podman-compose start niet vanzelf op na een herstart van de Pi, tenzij je dit expliciet instelt. Omdat rootless Podman hier al gebruikt wordt, is een systemd **user**-service — gekoppeld aan de `umami`-user — de eenvoudigste aanpak. De `loginctl enable-linger umami` uit stap 0.3 is hiervoor al gezet, dus deze service blijft ook draaien zonder dat de `umami`-user zelf is ingelogd. 1. Log in (of blijf ingelogd) als de `umami`-user: `sudo -iu umami`. 2. Maak `~/.config/systemd/user/umami.service` aan: ```ini [Unit] Description=Umami analytics (podman-compose) After=network-online.target [Service] WorkingDirectory=%h/umami ExecStart=/usr/bin/podman-compose up ExecStop=/usr/bin/podman-compose down Restart=on-failure [Install] WantedBy=default.target ``` 3. Activeer en start de service (nog steeds als de `umami`-user): ```bash systemctl --user daemon-reload systemctl --user enable --now umami.service ``` ## 3. Reverse proxy + SSL (op de reverse-proxy-Pi) 1. Kopieer `operations/deployment/nginx/analytics-nginx.conf.example` naar bv. `/etc/nginx/sites-available/slpsoftware-analytics.conf` op de reverse-proxy-Pi, en maak een symlink in `sites-enabled`. 2. Zorg dat het DNS-record voor `analytics.slpsoftware.nl` al actief is, en draai dan: ```bash sudo certbot --nginx -d analytics.slpsoftware.nl ``` 3. Herlaad nginx: `sudo nginx -t && sudo systemctl reload nginx`. 4. Test: open `https://analytics.slpsoftware.nl` in de browser — je zou het Umami-inlogscherm moeten zien (standaard inloggegevens: `admin` / `umami`, **direct wijzigen na eerste login**). ## 4. Website registreren in Umami en het website-ID ophalen 1. Log in op `https://analytics.slpsoftware.nl` en wijzig direct het standaardwachtwoord. 2. Ga naar **Settings → Websites → Add website** en vul in: - Name: `SLP Software` (of naar keuze) - Domain: het domein van de daadwerkelijke website (bv. `slpsoftware.nl` of `test.slpsoftware.nl`, afhankelijk van welke omgeving je eerst wilt meten) 3. Na het opslaan toont Umami een **Website ID** (een UUID) — dit heb je nodig voor de volgende stap. ## 5. Tracking script koppelen aan de website (build-configuratie) De React-app (`src/components/UmamiAnalytics.tsx`) injecteert het Umami tracking-script automatisch, mits de volgende twee build-time variabelen zijn ingesteld — beide zijn **geen secrets** (client-side zichtbaar), dus als Gitea Actions **repository variables** (niet secrets), net als `VITE_SENTRY_DSN`: | Variabele | Waarde | |---|---| | `VITE_UMAMI_SCRIPT_URL` | `https://analytics.slpsoftware.nl/script.js` | | `VITE_UMAMI_WEBSITE_ID` | het Website ID uit stap 4 | Stel deze in via **Gitea → Repository Settings → Actions → Variables**. Zodra beide bestaan, pakt de eerstvolgende build ze automatisch op; zonder deze variabelen slaat de app het inladen van het script gewoon over (geen crash, geen tracking). **Lokaal (`pnpm dev`)**: het tracking-script wordt hier bewust nooit geladen (zie `UmamiAnalytics.tsx`), zodat lokaal testen de bezoekersstatistieken niet vervuilt. Wil je dit toch lokaal testen, zet dan tijdelijk beide waarden in `.env.local` (zie `.env.example`) én verwijder tijdelijk de `import.meta.env.DEV`-check. ## Openstaande handmatige stappen - [ ] Dedicated `umami`-user aanmaken op Pi Main (incl. subuid/subgid-check en `loginctl enable-linger`). - [ ] `podman-compose up -d` daadwerkelijk draaien als de `umami`-user op Pi Main. - [ ] Systemd user-service instellen (onder de `umami`-user) voor auto-start na reboot. - [ ] DNS-record + certbot voor `analytics.slpsoftware.nl` op de reverse-proxy-Pi. - [ ] Standaard Umami-wachtwoord direct wijzigen na eerste login. - [ ] Website aanmaken in Umami en het Website ID overnemen. - [ ] `VITE_UMAMI_SCRIPT_URL` en `VITE_UMAMI_WEBSITE_ID` als Gitea repository variables instellen. ## Vervolgstappen voor toekomstige self-hosted diensten Dit dedicated-user-patroon (stap 0 hierboven) is bewust generiek gehouden zodat het hergebruikt kan worden: een volgende self-hosted dienst op dezelfde of een andere Pi kan op dezelfde manier zijn eigen user krijgen (bv. `useradd --create-home`, subuid/subgid controleren, `loginctl enable-linger `, eigen `~/.config/systemd/user/.service`), zodat diensten onderling geïsoleerd blijven zonder dat dit ten koste gaat van de al beperkte rekenkracht van een Raspberry Pi (rootless Podman zelf blijft immers systeembreed gedeeld, alleen de user-context verandert per dienst).