Maak DEPLOY_PATH configureerbaar via Gitea Actions variable i.p.v. hardcoded
Continuous Integration / config (pull_request) Successful in 10s
Continuous Integration / prepare (pull_request) Successful in 1m18s
Continuous Integration / build (pull_request) Successful in 1m55s
Continuous Integration / test (pull_request) Successful in 1m50s
Continuous Integration / deploy-test (pull_request) Skipped

Vervangt het hardcoded testpad in continuous_integration.yaml door de
Gitea repository variable DEPLOY_PATH_TEST, zodat het uploadpad aan te
passen is zonder de workflow zelf te wijzigen. Documentatie bijgewerkt
met de vereiste eenmalige Gitea-variable-setup.

Co-Authored-By: Claude Sonnet 5 <noreply@anthropic.com>
This commit is contained in:
2026-07-27 11:59:16 +02:00
co-authored by Claude Sonnet 5
parent 18a3085945
commit 78f68d52f7
3 changed files with 18 additions and 5 deletions
@@ -9,7 +9,7 @@ Sinds deze stap wordt er automatisch gedeployed naar een **testomgeving**: een R
## Pipeline Files
- `continuous_integration.yaml` — getriggerd door `pull_request` (build/test/lint-gate, ongeacht branch), `push` naar `master` (build/test/lint-gate + `deploy-test`), en handmatig via `workflow_dispatch`.
- Heeft bovenaan een `env:`-blok met alle aanpasbare waarden op één plek: `NODE_VERSION`, `PNPM_VERSION`, `ARTIFACT_NAME` (`dist`), `ARTIFACT_PATH` (`dist/`), `DEPLOY_ENVIRONMENT` (`test`) en `DEPLOY_PATH` (`/html/test/slpsoftware`).
- Heeft bovenaan een `env:`-blok met alle aanpasbare waarden op één plek: `NODE_VERSION`, `PNPM_VERSION`, `ARTIFACT_NAME` (`dist`), `ARTIFACT_PATH` (`dist/`), `DEPLOY_ENVIRONMENT` (`test`) en `DEPLOY_PATH` (gelezen uit de Gitea repository variable `DEPLOY_PATH_TEST`, zie hieronder — bewust geen hardcoded pad, zodat het aan te passen is zonder de workflow zelf te wijzigen).
- `prepare``build` (uploadt de artifact, naam/pad uit `env.ARTIFACT_NAME`/`env.ARTIFACT_PATH`) → `test` (lint + unit tests)
- Een losse `config`-job zet deze `env`-waarden om in job-outputs (zie hieronder waarom dat nodig is).
- `deploy-test` (alleen bij `workflow_dispatch` of een push naar `master`) roept `deploy.yaml` aan met `artifact_name`/`environment`/`deploy_path` afkomstig van `needs.config.outputs.*` (dus indirect uit het `env:`-blok).
@@ -33,6 +33,15 @@ Voeg deze secrets toe in Gitea: **Repository → Settings → Actions → Secret
Deze secrets heten `PI_MAIN_*` (niet `PI_TEST_*`), omdat dezelfde Pi (Pi Main) en dezelfde inloggegevens naar verwachting ook voor toekomstige omgevingen/webhosts gebruikt worden. Mocht dat later veranderen, dan worden hiervoor alsnog omgeving-specifieke secrets geïntroduceerd.
## Eenmalige Setup — Gitea Variables
Voeg deze variable toe in Gitea: **Repository → Settings → Actions → Variables** (geen secret — het is geen gevoelige waarde, net als `VITE_UMAMI_SCRIPT_URL`/`VITE_SENTRY_DSN`):
| Variable | Waarde |
|---|---|
| `DEPLOY_PATH_TEST` | `/html/test/slpsoftware` |
Dit vervangt het eerder hardcoded `DEPLOY_PATH` in het `env:`-blok van `continuous_integration.yaml`, zodat het upload-pad aangepast kan worden zonder de workflow zelf te wijzigen. Zonder deze variable is `DEPLOY_PATH` leeg en faalt de `deploy-test`-job bij de SCP-upload — deze variable moet dus vóór de eerste deploy zijn ingesteld. Wanneer later een productie-job wordt toegevoegd, hoort daar een eigen variable bij (bijv. `DEPLOY_PATH_PRODUCTION`), analoog aan dit patroon.
## Eenmalige Setup — Domeinnaam & DNS
- **Test**: `test.slpsoftware.nl` → moet als DNS A-record wijzen naar het publieke IP van de reverse-proxy-Pi.
- **Productie** (nog niet automatisch gedeployed, maar domein al bekend): `slpsoftware.nl` (en `www.slpsoftware.nl`) → zelfde reverse-proxy-Pi, zodra productie wordt opgezet.
@@ -43,7 +52,7 @@ Deze secrets heten `PI_MAIN_*` (niet `PI_TEST_*`), omdat dezelfde Pi (Pi Main) e
3. Vraag op de reverse-proxy-Pi een SSL-certificaat aan met certbot (Let's Encrypt), nadat het DNS-record klopt: `sudo certbot --nginx -d test.slpsoftware.nl`. Certbot herschrijft dit bestand automatisch met de HTTPS-configuratie en de HTTP→HTTPS-redirect — zie `operations/deployment/nginx/reverse-proxy-nginx.conf.post-certbot.example` voor hoe het er dan uitziet (referentie, niet zelf kopiëren).
4. Zorg dat de map `/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware` bestaat op de webserver-Pi en schrijfbaar is voor de gebruiker `webadmin` (bijv. `sudo mkdir -p /mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware && sudo chown webadmin:webadmin /mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware`).
> **Waarom `deploy_path` en de nginx `root` niet hetzelfde pad zijn**: de pipeline uploadt via SCP naar `deploy_path` = `/html/test/slpsoftware` (zie `env.DEPLOY_PATH` in `continuous_integration.yaml`), terwijl de nginx `root` in `webserver-nginx.conf.example` het volledige pad `/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware` is. Dit is geen fout of inconsistentie: de SSH/SCP-gebruiker (`webadmin`) heeft `/mnt/storage1/www` als root (vergelijkbaar met een FTP-chroot), dus vanuit het perspectief van deze gebruiker is `/html/test/slpsoftware` het juiste (relatieve) pad, terwijl dat op het bestandssysteem van de Pi zelf overeenkomt met het volledige pad `/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware` dat nginx als `root` gebruikt. Kortom: `deploy_path` (`/html/test/slpsoftware`) + de root van de `webadmin`-gebruiker (`/mnt/storage1/www`) = de nginx `root` (`/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware`).
> **Waarom `deploy_path` en de nginx `root` niet hetzelfde pad zijn**: de pipeline uploadt via SCP naar `deploy_path` = `/html/test/slpsoftware` (de waarde van de Gitea variable `DEPLOY_PATH_TEST`, ingelezen via `env.DEPLOY_PATH` in `continuous_integration.yaml`), terwijl de nginx `root` in `webserver-nginx.conf.example` het volledige pad `/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware` is. Dit is geen fout of inconsistentie: de SSH/SCP-gebruiker (`webadmin`) heeft `/mnt/storage1/www` als root (vergelijkbaar met een FTP-chroot), dus vanuit het perspectief van deze gebruiker is `/html/test/slpsoftware` het juiste (relatieve) pad, terwijl dat op het bestandssysteem van de Pi zelf overeenkomt met het volledige pad `/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware` dat nginx als `root` gebruikt. Kortom: `deploy_path` (`/html/test/slpsoftware`) + de root van de `webadmin`-gebruiker (`/mnt/storage1/www`) = de nginx `root` (`/mnt/storage1/www/html/test/slpsoftware`).
## How to Deploy to Test
### Automatisch